Voeding en de huid
We eten te zuur, of beter gezegd: te veel voedsel dat tot verzuring leidt. Bij het samenstellen van het voedselpakket is het namelijk van belang om ons niet alleen te bekommeren om de hoeveelheid noodzakelijke voedingsstoffen. Er is nog iets om rekening mee te houden: het zuur-base evenwicht. Dat klinkt ingewikkelder dan het is, want u hoeft zeker geen scheikundige te zijn om het te begrijpen.
Na de vertering van voedsel en de stofwisseling in het lichaam blijft er een zure of een basische rest over (basisch is het tegenovergestelde van zuur en wordt ook wel alkalisch genoemd). Groenten en fruit zorgen bijvoorbeeld voor een basische rest. De vraag is: "Wat gebeurt er met deze niet-afgevoerde zure afvalstoffen?” Het antwoord is eenvoudig. Deze afvalstoffen worden vaste afvalstoffen, zoals cholesterol, vetzuren, urinezuur, urates, fosfaten, sulfaten, enz., en ze hopen zich ergens in ons lichaam op, zonder dat we het weten. Deze opeenstapeling van niet-afgevoerde zure afvalstoffen in ons lichaam is verzuring. Wanneer het organisme te weinig zuren kan afvoeren via de nieren, de longen en de huid, stoot het bloed het teveel aan zuren af naar de weefsels, zoals de spieren, de pezen, het onderhuids bindweefsel en de gewrichten.
Voeding is één van de belangrijkste oorzaken van verzuring, omdat het grote verschuivingen kan veroorzaken in de zuur-base-huishouding van ons lichaam. Wanneer een lichaam een overschot heeft aan basen heet dit alkalose en een overschot aan zuren wordt acidose genoemd. De afgelopen decennia wordt er steeds vaker acidose gemeten. Het is dus zeer belangrijk om goed op te letten welk voedsel welke uitwerking op ons lichaam heeft.
Sinds de onderzoeken van Ragnar Berg en anderen aan het begin van de vorige eeuw heeft men geprobeerd een onderscheid te maken tussen zuur en basisch werkende voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen met een hoge zuurrest bevatten relatief veel fosfor, chloor en zwavel. Voedingsmiddelen met een hoge baserest bevatten relatief veel van de volgende mineralen: natrium, kalium, calcium, en magnesium. De verbindingen die deze mineralen tijdens de stofwisseling in het lichaam aangaan zijn uiteindelijk bepalend voor het zuur-base evenwicht. Of een voedingsmiddel een zuren- dan wel een basenoverschot levert, wordt bepaald door de chemische samenstelling en niet door de smaak. Zo leveren zuursmakende vruchten, zoals citroenen en sinaasappels, na vertering en stofwisseling toch een basenoverschot op.
Ook is het niet zo dat zuur werkende voedingsmiddelen per definitie ongezond zijn. Zo leveren vis, granen en peulvruchten een zurenoverschot, maar dit zijn waardevolle voedingsmiddelen. Waar het om gaat is dat het evenwicht in het lichaam niet te extreem wordt verstoord.
Bij de basisch werkende voeding zijn er eveneens wat opmerkingen te plaatsen. Van elk base-leverend voedingsmiddel verandert de uitwerking zodra het slecht gekauwd en in grote hoeveelheden wordt gegeten. Dit geldt vooral voor gemakkelijk tot gisting overgaande voedingsmiddelen, zoals grof gesneden rauwkost, fruit, compote en vruchtensappen. Bij een hoge inname van deze voedingsmiddelen kan de darm tot gisting overgaan en zo extra veel zuren leveren.Er bestaan verschillende tabellen met per product een getal ten aanzien van het zuur-base-evenwicht. Deze spreken elkaar regelmatig tegen. Dit is niet zo vreemd, omdat het onmogelijk is om met exacte waarden te werken. Ook weten we van veel voedingsmiddelen niet alle mineraalgehalten en deze zijn bovendien afhankelijk van - onder meer - de teeltwijze en het land van herkomst.
Om toch een indruk te geven volgt hier een opsomming:
- Sterk zuurvormend voedsel: Vlees, vis gevogelte, wild, ei, soja (producten).
- Zuurvormend voedsel: Peulvruchten (dus ook pinda’s), granen, kaas.
- Zwak zuurvormend/zwak basenvormend voedsel: Kwark, noten, zaden, roomboter, olie.
- Basenvormend voedsel: Vloeibare melkproducten (melk, karnemelk, yoghurt).
- Sterk basenvormend voedsel: Groenten, fruit, aardappelen.

In sommige tabellen staat dat soja basenvormend is, maar soja is zeer rijk aan purine (dit wordt omgezet in urinezuur) en zwavel- en fosforhoudende eiwitten en daardoor een sterke zuurvormer.

